Box 3: werkelijk rendement of forfaitair rendement
Sinds de Hoge Raad oordeelde dat het forfaitaire stelsel te ver af kan staan van de werkelijkheid, geldt de tegenbewijsregeling: maak je aannemelijk dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire, dan wordt je belasting over dat lagere bedrag berekend. De Belastingdienst rekent beide varianten uit en gebruikt altijd de voor jou voordeligste.
Er is geen officiële rekenhulp voor het werkelijk rendement. De box 3-rekenhulp van de Belastingdienst dekt alleen 2017 tot en met 2023 en vermeldt er zelf bij dat je er het werkelijk rendement niet mee kunt berekenen. Deze pagina volgt de rekenmethode zoals de Belastingdienst die in haar rekenvoorbeelden publiceert.
Drie regels waar het meestal misgaat
Geen heffingvrij vermogen. Bij de forfaitaire berekening mag je € 59.357 per persoon buiten beschouwing laten. Bij het werkelijk rendement mag dat niet: de Hoge Raad heeft bepaald dat je daar geen rekening mee mag houden. Dat is precies de reden waarom de tegenbewijsregeling bij kleinere vermogens vaak juist ongunstig uitpakt.
Kosten zijn niet aftrekbaar. Aan- en verkoopkosten van aandelen, beheerkosten en onderhoud van een tweede woning mag je niet aftrekken. De enige uitzondering is de rente die je betaalt over je box 3-schulden.
Ongerealiseerde waardestijging telt mee. Het werkelijk rendement is niet alleen wat je hebt ontvangen. De waardeaanwas van je beleggingen telt volledig mee, ook als je niets hebt verkocht. Een goed beursjaar levert dus een hoog werkelijk rendement op en dan is de forfaitaire route bijna altijd gunstiger.
Eén berekening over je hele vermogen
Het werkelijk rendement wordt bepaald over al je bezittingen en schulden samen, niet per vermogensbestanddeel. Je kunt dus niet de tegenbewijsregeling toepassen op alleen je spaargeld en het forfait op je beleggingen. Ook een negatief rendement in het ene jaar kun je niet verrekenen met een ander jaar: het wordt op nul gesteld.
Voor welke jaren geldt het
Voor 2021 tot en met 2024 kan iedereen met box 3-inkomen het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement invullen. Voor 2017 tot en met 2020 alleen wie destijds op tijd bezwaar heeft gemaakt; de Hoge Raad besliste op 25 juni 2026 dat niet-bezwaarmakers geen recht op rechtsherstel hebben. Vanaf belastingjaar 2025 geef je het werkelijk rendement door in de gewone aangifte.
En daarna
Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt bij de Eerste Kamer, waar de stemming op verzoek is uitgesteld tot de behandeling van de aangekondigde novelle. De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2028. Tot die tijd blijft het forfaitaire stelsel met tegenbewijs gelden.
- Cijfers van
- 2026
- Laatst gecontroleerd
- 4 september 2026
- Belangrijkste bron
- Belastingdienst: berekening box 3-inkomen 2026
- Aanname
- Forfait 1,28% banktegoeden, 6,00% overige bezittingen, 2,70% schulden; heffingvrij vermogen 59.357 euro per persoon; tarief 36%. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn voorlopig en worden begin 2027 vastgesteld. Bij het werkelijk rendement wordt geen heffingvrij vermogen toegepast en zijn alleen renten over schulden aftrekbaar.
Verandert er een tarief of een grens, dan wordt deze pagina bijgewerkt en verschuift de datum hierboven mee.
Rekenvoorbeeld
Je hebt op 1 januari 2026 € 25.000 op de bank en € 150.000 aan beleggingen, geen schulden en geen fiscale partner. In de loop van het jaar ontvang je € 450 spaarrente en € 500 dividend, je stort € 1.200 bij en neemt € 3.000 op. Op 31 december staan de beleggingen op € 160.000.
Forfaitair: 25.000 × 1,28% = € 320, plus 150.000 × 6,00% = € 9.000. Samen € 9.320 voordeel. De rendementsgrondslag is € 175.000, de grondslag na aftrek van het heffingvrij vermogen is 175.000 − 59.357 = € 115.643. Het aandeel is 115.643 ÷ 175.000 = 66,08%. Het belastbare inkomen is 9.320 × 66,08% = € 6.159, en daarover 36% belasting is € 2.217.
Werkelijk rendement: reguliere voordelen 450 + 500 = € 950. Vermogensaanwas: 160.000 − 150.000 − 1.200 + 3.000 = € 11.800. Samen € 12.750. Daarover 36% is € 4.590.
Het werkelijk rendement is in dit jaar dus veel hoger dan het forfait. De forfaitaire berekening is bijna twee keer zo gunstig en je hoeft niets door te geven. Was het een slecht beursjaar geweest en stonden de beleggingen op 31 december op € 140.000, dan zou het werkelijk rendement negatief zijn, op nul worden gesteld, en zou je nul euro box 3-belasting betalen in plaats van € 2.217.
Tips
- Bij een vermogen dat vooral uit spaargeld bestaat, valt het werkelijk rendement vaak hoger uit dan het forfait van 1,28%, juist doordat het heffingvrij vermogen er niet af mag. Reken het altijd na voordat je iets doorgeeft.
- Je bent niet verplicht het formulier in te vullen. De Belastingdienst rekent beide varianten uit en gebruikt de laagste, dus je kunt er niets mee verliezen behalve tijd.
- Verzamel per rekening en per fonds de waarde op 1 januari en op 31 december, plus alle stortingen en opnames. Zonder die vier getallen is de vermogensaanwas niet te bepalen.
- Voor een tweede woning is de waarde de WOZ-waarde: die van het belastingjaar aan het begin, die van het jaar erna aan het eind. Eigen gebruik telt vanaf 2026 mee als voordeel, met als keuze 5,06% van de WOZ-waarde naar rato van de beschikbare dagen.
- Een verlies in box 3 is niet verrekenbaar met een ander jaar. Twee jaren met wisselende beurskoersen middelen dus niet uit.
- Bij fiscale partners wordt het gezamenlijke werkelijke rendement toegerekend naar rato van de verdeling die je in de aangifte kiest.
Veelgestelde vragen
Wat is de tegenbewijsregeling box 3?
De regeling waarmee je kunt aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitair berekende rendement. Is dat zo, dan wordt je belasting over het werkelijke rendement berekend. De regeling is wettelijk geregeld in afdeling 5.6 van de Wet IB 2001 en werkt terug tot en met belastingjaar 2017 voor wie destijds bezwaar maakte, en tot 2021 voor iedereen.
Mag ik kosten aftrekken bij het werkelijk rendement?
Vrijwel niet. Alleen de rente die je betaalt over je box 3-schulden is aftrekbaar. Aan- en verkoopkosten van aandelen, beheerkosten en onderhoudskosten van een tweede woning mag je niet aftrekken. Een uitzondering geldt voor een bij de gemeente gemelde investering die de WOZ-waarde heeft verhoogd.
Geldt het heffingvrij vermogen ook bij werkelijk rendement?
Nee. Bij de forfaitaire berekening is het heffingvrij vermogen in 2026 € 59.357 per persoon, maar bij het werkelijk rendement wordt het niet toegepast. De Hoge Raad heeft dat expliciet bepaald. Daardoor pakt de tegenbewijsregeling bij kleinere vermogens vaak juist ongunstig uit.
Telt koerswinst mee als ik niets verkocht heb?
Ja. De vermogensaanwas is de waarde op 31 december min de waarde op 1 januari, gecorrigeerd voor stortingen en onttrekkingen. Ongerealiseerde koerswinst telt dus volledig mee, ook als je je aandelen gewoon hebt aangehouden.
Wat zijn de box 3-percentages voor 2026?
Banktegoeden 1,28%, beleggingen en andere bezittingen 6,00% en schulden 2,70%. Alleen het percentage voor beleggingen staat vast; die voor banktegoeden en schulden zijn voorlopig en worden begin 2027 definitief vastgesteld. Het tarief is 36%.
Wanneer komt het nieuwe box 3-stelsel?
Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen en ligt nu bij de Eerste Kamer, waar de stemming is uitgesteld tot de behandeling van de aangekondigde novelle. De beoogde invoering is 1 januari 2028.
Bronnen
- Belastingdienst: berekening box 3-inkomen 2026
- Belastingdienst: wat is mijn werkelijk rendement
- Belastingdienst: rekenvoorbeelden werkelijk rendement
- Wet inkomstenbelasting 2001, afdeling 5.6 (tekst per 1-1-2026)
- Eerste Kamer: wetsvoorstel 36748 Wet werkelijk rendement box 3
Cijfers gecontroleerd aan de hand van officiële bronnen. Aan de uitkomsten kunnen geen rechten worden ontleend.
Citeren: Box 3 werkelijk rendement, allesberekenen.nl/box3-werkelijk-rendement (cijfers 2026, gecontroleerd 4 september 2026). Onderbouwd met: Belastingdienst: berekening box 3-inkomen 2026. De berekening draait in de browser van de bezoeker; er worden geen ingevulde gegevens opgeslagen. Neem bij overname de uitkomst niet los van de aannames hierboven over.