Winstmarge en opslag berekenen
Marge en opslag gaan allebei over het verschil tussen inkoop en verkoop, maar ze rekenen vanaf een andere kant. Opslag is wat je bovenop de inkoopprijs zet, als percentage van die inkoopprijs. Marge is welk deel van de verkoopprijs winst is. Koop je iets in voor € 60 en verkoop je het voor € 100, dan is je opslag 66,67% en je marge 40%. Het is hetzelfde bedrag, € 40, maar een ander percentage.
Waarom het verschil ertoe doet
Wie marge en opslag door elkaar haalt, prijst te laag. Wil je 25% marge en zet je 25% op de inkoop, dan verkoop je een product van € 45 voor € 56,25 en houd je maar 20% marge over. Voor 25% marge moet de verkoopprijs € 60 zijn, een opslag van 33,33%. Een paar vaste paren: 20% marge is 25% opslag, 25% marge is 33,33% opslag, 33,33% marge is 50% opslag en 50% marge is 100% opslag.
Marge en btw
Ben je btw-ondernemer, dan reken je de marge over prijzen zonder btw. De btw die je de klant rekent, draag je af aan de Belastingdienst, en de btw op je inkoop trek je af. Het algemene tarief is 21%, het verlaagde tarief 9%, onder meer voor eten en drinken, boeken en geneesmiddelen. Sinds 1 januari 2026 valt logies, zoals een hotelovernachting, onder 21%. Verkoop je voor € 121 inclusief 21% btw, dan is de prijs zonder btw € 100. Reken je de marge per ongeluk over € 121, dan lijkt hij 50,41% in plaats van 40%.
Brutomarge is nog geen nettowinst
De marge in deze tool is de handelsmarge of brutomarge: verkoop min inkoop. Daar gaan nog je vaste kosten van af, zoals huur, verzending, betaalkosten en je eigen uren, en daarna inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Een gezonde marge hangt sterk af van de branche.
- Cijfers van
- 2026
- Laatst gecontroleerd
- 1 november 2026
- Belangrijkste bron
- Belastingdienst: btw-tarieven en vrijstellingen
- Aanname
- Marge en opslag over bedragen zonder btw. Marge = winst / verkoopprijs, opslag = winst / inkoopprijs. Btw-tarieven 2026: 21% (algemeen) en 9% (verlaagd), volgens de Belastingdienst; een verkoopprijs met btw wordt teruggerekend door te delen door 1,21 of 1,09. Vaste kosten en inkomstenbelasting zitten niet in de berekening.
Verandert er een tarief of een grens, dan wordt deze pagina bijgewerkt en verschuift de datum hierboven mee.
Rekenvoorbeeld
Je koopt een product in voor € 45 zonder btw en wilt 25% marge. Wat wordt de verkoopprijs?
Stap 1: verkoopprijs zonder btw = 45 / (1 − 0,25) = 45 / 0,75 = € 60.
Stap 2: de winst is 60 − 45 = € 15. De marge is 15 / 60 = 25% en de opslag 15 / 45 = 33,33%.
Stap 3: met 21% btw betaalt de klant 60 × 1,21 = € 72,60. Valt het product onder 9% btw, dan is dat 60 × 1,09 = € 65,40.
Ter vergelijking: met 25% opslag in plaats van marge wordt de prijs 45 × 1,25 = € 56,25 zonder btw. Je winst is dan € 11,25 en je marge 20%.
Tips
- Spreek in je administratie af of je met marge of met opslag werkt, en noem het percentage altijd met het woord erbij.
- Reken met de inkoopprijs zonder btw als je btw-ondernemer bent. Val je onder de KOR, dan kun je de btw op je inkoop niet aftrekken en tel je die bij je kostprijs op.
- Tel bijkomende kosten per stuk, zoals verzending, verpakking en transactiekosten, bij je inkoopprijs. Dan zie je je echte marge.
- Korting gaat volledig van je marge af. Bij 40% marge en 20% korting houd je 25% marge over, want de verkoopprijs daalt en de inkoop niet.
- Als dienstverlener zonder inkoop werkt deze tool niet goed; reken dan met een uurtarief.
- Controleer het btw-tarief per product. Twijfel je, kijk dan bij de Belastingdienst welke goederen en diensten onder 9% vallen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen marge en opslag?
Opslag is de winst als percentage van de inkoopprijs, marge de winst als percentage van de verkoopprijs. Inkoop € 60 en verkoop € 100: opslag 40 / 60 = 66,67%, marge 40 / 100 = 40%. De marge is altijd lager dan de opslag zolang je winst maakt.
Hoe bereken je de winstmarge?
Trek de inkoopprijs af van de verkoopprijs, deel door de verkoopprijs en vermenigvuldig met 100. Gebruik bedragen zonder btw. Verkoop € 80 en inkoop € 50 geeft (80 − 50) / 80 × 100 = 37,5% marge.
Hoe bereken je de verkoopprijs bij een gewenste marge?
Deel de inkoopprijs door 1 min de marge als decimaal. Voor 25% marge op een inkoop van € 45: 45 / 0,75 = € 60. Bij een gewenste opslag vermenigvuldig je juist: 45 × 1,25 = € 56,25.
Hoe reken je marge om naar opslag?
Opslag = marge / (100 − marge) × 100. 25% marge is 25 / 75 × 100 = 33,33% opslag. Andersom: marge = opslag / (100 + opslag) × 100, dus 50% opslag is 33,33% marge.
Reken ik de marge met of zonder btw?
Zonder btw. De btw die je rekent, is niet van jou: je draagt hem af. Wie de marge over de prijs met 21% btw berekent, overschat hem flink. Zonder btw-plicht, bijvoorbeeld met de KOR, reken je met de prijs die de klant betaalt en tel je de btw op je inkoop bij je kosten.
Welke btw-tarieven gelden in 2026?
Het algemene tarief is 21% en het verlaagde tarief 9%, onder meer voor voedingsmiddelen, boeken, geneesmiddelen en sommige diensten. Logies, zoals een hotelovernachting, valt sinds 1 januari 2026 onder 21%. Daarnaast is er een nultarief, vooral voor export.
Bronnen
- Belastingdienst: btw-tarieven en vrijstellingen
- Belastingdienst: vanaf 1 januari 2026 btw-tarief logies omhoog naar 21%
- Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 9 en tabel I (tarieven)
Cijfers gecontroleerd aan de hand van officiële bronnen. Aan de uitkomsten kunnen geen rechten worden ontleend.
Citeren: Winstmarge en opslag, allesberekenen.nl/winstmarge (cijfers 2026, gecontroleerd 1 november 2026). Onderbouwd met: Belastingdienst: btw-tarieven en vrijstellingen. De berekening draait in de browser van de bezoeker; er worden geen ingevulde gegevens opgeslagen. Neem bij overname de uitkomst niet los van de aannames hierboven over.