Procentuele stijging en daling berekenen
Hoeveel procent is je huur, je salaris of de prijs van de boodschappen gestegen? En wat wordt een bedrag als er 3,5% bij komt, of 15% af gaat? Deze tool rekent het in alle richtingen uit. Kies wat je weet: het oude en het nieuwe bedrag, het bedrag en het percentage, of alleen het bedrag na de verandering. Voor de algemene procentberekeningen, zoals x procent van een getal, is er de tool percentage berekenen.
Stijging en daling zijn niet symmetrisch
Een prijs die van € 2,49 naar € 2,99 gaat, stijgt 20,08%. Gaat hij daarna weer naar € 2,49, dan is dat een daling van maar 16,72%. Dat komt doordat je elke keer over een ander bedrag rekent. Daarom brengt 10% korting na 10% prijsverhoging je niet terug bij de oude prijs: 100 wordt 110 en daarna 99.
Terugrekenen naar het bedrag ervoor
Weet je alleen het nieuwe bedrag en het percentage, dan deel je door de factor. Een salaris van € 3.120 na 4% loonsverhoging was eerst 3.120 / 1,04 = € 3.000. Wie 4% van 3.120 aftrekt, komt op € 2.995,20 en zit er dus naast. Zo reken je ook een prijs inclusief btw terug naar de prijs zonder btw, maar daarvoor is de btw-tool handiger.
Stijging over meerdere jaren
Stijgt iets meerdere jaren achter elkaar, dan stapelen de percentages. € 1.250 met twee keer 3,5% wordt € 1.339,03: dat is 7,12% in totaal, niet 7%. Andersom geldt hetzelfde. Een huis dat in vijf jaar van € 200.000 naar € 260.000 gaat, is 30% meer waard, maar dat is gemiddeld 5,39% per jaar en geen 6%. Vul bij oud en nieuw het aantal jaren in om dat gemiddelde te zien.
- Cijfers van
- 2026
- Laatst gecontroleerd
- 1 november 2026
- Belangrijkste bron
- CBS: inflatie en consumentenprijzen (procentuele verandering ten opzichte van een jaar eerder)
- Aanname
- Vaste rekenformules die niet per jaar veranderen. Verandering = (nieuw - oud) / oud x 100, bij een negatieve oude waarde gedeeld door de absolute waarde. Meerdere stijgingen achter elkaar zijn samengesteld; het gemiddelde per jaar is de meetkundige gemiddelde groei. Uitkomsten op twee decimalen afgerond.
Verandert er een tarief of een grens, dan wordt deze pagina bijgewerkt en verschuift de datum hierboven mee.
Rekenvoorbeeld
Je huis was vijf jaar geleden € 200.000 waard en nu € 260.000. Hoeveel is het gestegen, en hoeveel gemiddeld per jaar?
Stap 1: het verschil is 260.000 − 200.000 = € 60.000.
Stap 2: de stijging is 60.000 / 200.000 × 100 = 30%. De factor is 260.000 / 200.000 = 1,3.
Stap 3: het gemiddelde per jaar is de vijfdemachtswortel van 1,3, min 1: 1,31/5 = 1,0539, dus 5,39% per jaar.
Stap 4: ter controle: 200.000 × 1,0539 × 1,0539 × 1,0539 × 1,0539 × 1,0539 is weer ongeveer 260.000. Om van 260.000 terug te komen bij 200.000 is een daling van 23,08% nodig.
Tips
- Reken altijd over het bedrag waar je vandaan komt. Een stijging gaat over het oude bedrag, de weg terug over het nieuwe.
- Terugrekenen doe je met delen: nieuw / 1,04 voor 4% stijging, nieuw / 0,85 voor 15% daling. Niet het percentage van het nieuwe bedrag aftrekken.
- Meerdere stijgingen achter elkaar vermenigvuldig je: 1,05 × 1,03 = 1,0815, dus 8,15% en geen 8%.
- Procent en procentpunt zijn iets anders. Van 2% naar 3% rente is 1 procentpunt erbij, maar 50% meer rente.
- Vanaf 0 bestaat er geen procentuele stijging. Ging je van 0 naar 50 klanten, noem dan het verschil in aantallen.
- Voor prijsstijgingen in het algemeen publiceert het CBS elke maand de inflatie: de procentuele verandering van de consumentenprijzen ten opzichte van een jaar eerder.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je een procentuele stijging?
Trek de oude waarde van de nieuwe af, deel door de oude waarde en vermenigvuldig met 100. Van 80 naar 92 is (92 − 80) / 80 × 100 = 15% stijging. Is de uitkomst negatief, dan is het een daling.
Hoe tel je een percentage bij een bedrag op?
Vermenigvuldig het bedrag met 1 plus het percentage gedeeld door 100. € 1.250 plus 3,5% is 1.250 × 1,035 = € 1.293,75. Bij een daling van 3,5% vermenigvuldig je met 0,965.
Hoe reken je terug naar het bedrag voor de verhoging?
Deel het nieuwe bedrag door 1 plus het percentage gedeeld door 100. Na 4% verhoging naar € 3.120 was het bedrag 3.120 / 1,04 = € 3.000. Na 15% korting naar € 85 was de prijs 85 / 0,85 = € 100.
Waarom is 20% erbij en 20% eraf niet hetzelfde?
Omdat de basis verandert. 100 plus 20% is 120; 120 min 20% is 96. Om van 120 terug te komen bij 100 is een daling van 16,67% nodig.
Hoe bereken je de gemiddelde stijging per jaar?
Deel de nieuwe waarde door de oude, neem daarvan de n-de machtswortel (n is het aantal jaren) en trek er 1 vanaf. Van 200.000 naar 260.000 in 5 jaar: 1,31/5 = 1,0539, dus 5,39% per jaar. Gewoon 30% delen door 5 geeft 6%, en dat is te hoog.
Kun je een stijging berekenen vanaf 0?
Nee. Delen door nul kan niet, dus van 0 naar een ander getal bestaat er geen procentuele stijging. Gebruik dan het verschil in aantallen of euro.
Bronnen
Cijfers gecontroleerd aan de hand van officiële bronnen. Aan de uitkomsten kunnen geen rechten worden ontleend.
Citeren: Procentuele stijging en daling, allesberekenen.nl/procentuele-stijging (cijfers 2026, gecontroleerd 1 november 2026). Onderbouwd met: CBS: inflatie en consumentenprijzen (procentuele verandering ten opzichte van een jaar eerder). De berekening draait in de browser van de bezoeker; er worden geen ingevulde gegevens opgeslagen. Neem bij overname de uitkomst niet los van de aannames hierboven over.