Box 3 in 2027

Vul je vermogen op 1 januari in. Je ziet de box 3-belasting over 2026 en de verwachte belasting over 2027. De percentages voor 2027 kun je zelf aanpassen.

Invoer
Geen hypotheek op je eigen woning; die valt in box 1.
Dan verdubbelt het heffingvrij vermogen en tel je het vermogen van jullie beiden op.
Nog niet bekend; wordt begin 2028 vastgesteld. Standaard het voorlopige percentage van 2026.
Voorgesteld: 1,5 procentpunt hoger dan de gemelde 6,37%, dus 7,87% (2026: 6,00%). Nog niet officieel vastgesteld.
Nog niet bekend. Standaard het voorlopige percentage van 2026.
Box 3-belasting 2027
...
vul je vermogen in
 

Klopt er iets niet? Laat het weten. De gebruikte cijfers en bronnen staan verderop op deze pagina.

Hoe wordt dit berekend?

Dezelfde rekenstappen als de Belastingdienst voor 2026: het forfaitaire rendement over banktegoeden, beleggingen en schulden (na de schuldendrempel van € 3.800 per persoon), vermenigvuldigd met het aandeel van de grondslag na het heffingvrij vermogen in de rendementsgrondslag. Daarover 36%.

2026: heffingvrij vermogen € 59.357 per persoon, forfait 1,28% (voorlopig), 6,00% en 2,70% (voorlopig). 2027: heffingvrij vermogen € 30.846 per persoon volgens de kabinetsvoorstellen van 29 september 2026 (op Prinsjesdag nog € 60.098), tarief 36%, en de percentages die je zelf invult; standaard 7,87% voor beleggingen. Voor de schuldendrempel 2027 is nog geen bedrag gepubliceerd; we rekenen met € 3.800.

Uitkomsten zijn indicatief. Ze houden geen rekening met groene beleggingen, vrijgestelde bezittingen of de tegenbewijsregeling.

Box 3 in 2027: wat verandert er

In 2027 blijft het forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling gelden. Op 29 september 2026 koos het kabinet voor een vermogenswinstbelasting: via een novelle op de Wet werkelijk rendement box 3 wil het per 2028 alle financiële instrumenten, zoals aandelen en obligaties, op vermogenswinst belasten, met een heffingvrij resultaat van € 1.000, en in 2030 de rest. Om dat te betalen verandert box 3 in 2027 flink: het heffingvrij vermogen gaat omlaag en het forfait voor beleggingen omhoog. Dit zijn voorstellen; ze moeten nog door de Tweede en de Eerste Kamer.

Heffingvrij vermogen: 30.846 euro

Volgens de Kamerbrief van 29 september 2026 gaat het heffingvrij vermogen van € 59.357 terug naar € 30.846 per persoon, het niveau van 2020. Op Prinsjesdag stond nog € 60.098 in de fiscale sleuteltabel. Fiscale partners hebben samen het dubbele. Het tarief blijft 36%. Na kritiek in de Tweede Kamer zei minister Heinen op 1 oktober 2026 open te staan voor een andere grens, dus dit bedrag kan nog veranderen.

Hoger forfait voor beleggingen

Het forfaitaire rendement op beleggingen en andere bezittingen, waaronder ook verhuurde woningen, gaat volgens hetzelfde voorstel 1,5 procentpunt omhoog. Uitgaand van de eerder gemelde 6,37% wordt dat 7,87% (2026: 6,00%). Dat percentage staat nog niet in een officieel vastgesteld document, dus je kunt het in de rekenhulp aanpassen. Wie belegt, betaalt daardoor in 2027 duidelijk meer box 3-belasting bij een gelijk vermogen.

Spaargeld en schulden: pas achteraf bekend

De percentages voor banktegoeden en schulden worden sinds de Overbruggingswet achteraf vastgesteld, op basis van de werkelijke rente in het jaar. Die voor 2027 zijn dus pas begin 2028 bekend. Tot die tijd rekenen we met de voorlopige percentages van 2026, 1,28% en 2,70%.

Waar deze uitkomst op gebaseerd is
Cijfers van
2027
Laatst gecontroleerd
3 oktober 2026
Belangrijkste bron
Tweede Kamer: Kamerbrief 29 september 2026, voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid
Aanname
Voorgenomen beleid (Prinsjesdag 2026 en de aanvullende kabinetsvoorstellen van 29 september 2026), onder voorbehoud van goedkeuring door het parlement. Heffingvrij vermogen 30.846 euro per persoon (voorstel 29 september 2026, kan nog veranderen), tarief 36%. Forfait beleggingen 7,87%: de gemelde 6,37% plus de voorgestelde 1,5 procentpunt, nog niet officieel vastgesteld. Banktegoeden 1,28% en schulden 2,70% zijn de voorlopige 2026-percentages als aanname. Schuldendrempel 3.800 euro als aanname.

Verandert er een tarief of een grens, dan wordt deze pagina bijgewerkt en verschuift de datum hierboven mee.

Rekenvoorbeeld

Je hebt op 1 januari € 100.000 op de bank en € 100.000 aan beleggingen, geen schulden en geen fiscale partner.

2026: 100.000 × 1,28% + 100.000 × 6,00% = € 7.280 rendement. Grondslag 200.000 − 59.357 = € 140.643, dat is 70,32% van de rendementsgrondslag. Box 3-inkomen € 5.119,41, belasting 36% is € 1.842,99.

2027: 100.000 × 1,28% + 100.000 × 7,87% = € 9.150 rendement. Grondslag 200.000 − 30.846 = € 169.154, dat is 84,58%. Box 3-inkomen € 7.738,80, belasting € 2.785,97.

Je betaalt over 2027 dus ongeveer € 943 meer, bij hetzelfde vermogen. Zowel het lagere heffingvrij vermogen als het hogere forfait voor beleggingen tellen mee. Dit zijn voorstellen van 29 september 2026 die nog kunnen veranderen.

Tips

Veelgestelde vragen

Hoe hoog is het heffingvrij vermogen in 2027?

Volgens het kabinetsvoorstel van 29 september 2026 € 30.846 per persoon, het niveau van 2020. Met een fiscale partner is het € 61.692 samen. Op Prinsjesdag stond nog € 60.098 in de fiscale sleuteltabel; in 2026 is het € 59.357 per persoon. Het is een voorstel, en het kabinet staat open voor een andere grens.

Wat is het box 3-tarief in 2027?

36%, hetzelfde als in 2026.

Wat zijn de forfaitaire percentages voor 2027?

Voor beleggingen en andere bezittingen is 6,37% gemeld en heeft het kabinet op 29 september 2026 een verhoging met 1,5 procentpunt voorgesteld, dus 7,87%; dat is nog niet officieel vastgesteld. De percentages voor banktegoeden en schulden worden begin 2028 achteraf vastgesteld. In deze rekenhulp staan daarvoor de voorlopige percentages van 2026, maar je kunt ze aanpassen.

Komt het werkelijk rendement in 2027?

Nee. In 2027 blijft het forfaitaire stelsel gelden, met de mogelijkheid om een lager werkelijk rendement aan te tonen. Het kabinet wil per 1 januari 2028 via een novelle op de Wet werkelijk rendement box 3 een vermogenswinstbelasting invoeren voor financiële instrumenten, en in 2030 voor alle bezittingen. Dat is een voorstel.

Verandert de vermogensgrens voor toeslagen?

Ja. De vermogensgrens voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget daalt in 2027 naar € 119.122 voor een alleenstaande en € 158.748 met toeslagpartner. Dat staat los van box 3, maar raakt dezelfde spaarders.

Bronnen

Cijfers gecontroleerd aan de hand van officiële bronnen. Aan de uitkomsten kunnen geen rechten worden ontleend.

Citeren: Box 3 in 2027, allesberekenen.nl/box3-2027 (cijfers 2027, gecontroleerd 3 oktober 2026). Onderbouwd met: Tweede Kamer: Kamerbrief 29 september 2026, voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid. De berekening draait in de browser van de bezoeker; er worden geen ingevulde gegevens opgeslagen. Neem bij overname de uitkomst niet los van de aannames hierboven over.

Gerelateerde tools